Schriftelijke vragen over communicatie met bijstandsgerechtigden

PAL GroenLinks heeft samen met Gemeentebelangen schriftelijke vragen gesteld over de brieven die mensen in de bijstand van de Gemeente Leeuwarden ontvangen. De brieven sluiten te weinig aan bij de leefwereld en welwillendheid van de client. Bovendien staan ze nog steeds vol met sanctionerende maatregelen terwijl de overgrote meerderheid zich altijd aan de regels houdt. Wij staan voor een inclusief Leeuwarden en we durven oplossingen boven regels te stellen.

 

Wij hebben van de dienst Sociale Zaken begrepen dat er aandacht is voor de communicatie en dat het de intentie is duidelijk en volledig te zijn. Wij horen regelmatig van mensen dat ze juist verkrampen en gedemotiveerd raken van de woordkeuze en formuleringen van de brieven.Vele hedendaagse onderzoeken erkennen dat een positieve, respectvolle en uitnodigende manier van communiceren vaker leidt tot het gewenste resultaat. Zie onder andere:

  1. Het rekenkameronderzoeknaar re-integratietrajecten in de gemeente Veenendaal (zie de aanbevelingen en reactie op het rekenkamerrapport met betrekking tot ‘bejegening en communicatie cliënten re-integratie’)(11-2017)
  2. Rijksuniversiteit Groningen: ‘Harde aanpak van UWV en sociale dienst werktjuist averechts’(25-06-2018).
  3. Divosa: Hoe motiveer ik mijn klant (09-2018).

De moderne tijd vraagt om motiverende gespreksvoering die uitgaat van vertrouwen. Zie ook de werkwijze van de inclusieve stad. In het collegeprogramma staat (blz. 22):Trefwoorden van onze aanpak zijn: ‘persoonlijk’, ‘krachtig’en ‘maatwerk’. En (blz.8-9):de eindgebruikerstaat steeds centraal en niet de instelling of bestaande structuur. ‘We staan voor een inclusiefLeeuwarden’ en ‘we durven oplossingen boven regels te stellen’.

Daarom hebben wij de volgende vragen ingediend:

  1. Is de huidige wijze van communiceren een bewuste keuze? Zo ja, waarom kiest het college hiervoor? Bent u bereid een meer persoonlijke, motiverende formulering te hanteren?
  2. Is in een eerste schrijven het noemen van sanctionerende maatregelen verplicht gesteld door de landelijke overheid? Is het mogelijk in het eerste aanschrijven af te zien van het noemen van repressievemaatregelen en een meer uitnodigend taalgebruik te hanteren?
  3. Heeft de afdeling werk & inkomen of sociale zaken onderzocht wat de ontvangers van de communicatie (brieven) vinden?
  4. Worden de uitgaande brieven gescreend door een onafhankelijk team of door de ASD?
  5. Bent u zich bewust van de afhankelijkheids- / machtsrelatie tussen systeem en cliënt? Vindt u het van belang om de kloof tussen leef- en systeemwereld te verkleinen. Zo ja, hoe doet u dat of gaat u dat doen?