Leeuwarder Energieagenda, daadkracht & dialoog

Het voorkomen van een oncontroleerbare opwarming van de aarde is misschien wel de grootste uitdaging van onze tijd. Met het ondertekenen van het Klimaatakkoord hebben alle relevante stakeholders in Nederland aangegeven een bijdrage te leveren. Van een gemeente vraagt dit om daadkracht en dialoog. Daadkracht, omdat er in korte tijd veel moet gebeuren, en dialoog, omdat veel van de doelstellingen alleen haalbaar zijn en draagvlak behouden als inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners op een goede wijze en op het juiste moment worden betrokken. 

Ambities zijn stevig, maar ook nodig

De hernieuwde Leeuwarder Energie Agenda, waarmee de ingeslagen weg van inzet op energiebesparing en opwek van duurzame elektriciteit wordt voortgezet is wat de fractie van GroenLinks Leeuwarden betreft een passend vervolg op de vorige LEA. De ambitie is stevig en ook nodig. We moeten nu meters blijven maken en kunnen het ons naar komende generaties toe niet permitteren om vertraging op te lopen. Bovendien heeft de Europese Unie op voorspraak van Nederland de doelstellingen verhoogd. Het is dus aannemelijk dat er de komende jaren nog meer wordt gevraagd van inwoners en lokale overheden.

 

Energiemix

We kunnen ons goed vinden in de voorgestelde keuzes met betrekking tot de energiemix. Het onderzoeken van nieuwe opwektechnieken en energiedragers als ultradiepe geothermie en waterstof vinden we een goed idee. Maar we kunnen nu niet stilstaan tot 2024, 2030 of nog later en er op gokken dat bepaalde technieken die nog volop in ontwikkeling zijn, het probleem voor ons gaan oplossen. Los van de vraag of deze technieken technisch haalbaar en opschaalbaar zijn, is het de vraag of ze leiden tot betaalbare energie. Voor de periode tot 2024 moeten we dus aan de slag met energietechnieken die we nu kunnen toepassen: reguliere geothermie, wind- en zonne-energie en (onder voorwaarden) biomassa. 

Wat in dit opzicht pijn doet, is dat de mogelijkheden voor windenergie in onze Provincie zo op slot staan. Hier liggen echt kansen om samen met boeren en inwoners duurzame energie op te wekken. Net als Liander en vele energiecoöperaties hadden we graag een betere mix gezien tussen wind- en zonne-energie. Wij vinden dat de wethouder en ambtenaren elke gelegenheid moet aangrijpen om dit bij de Provincie onder de aandacht te brengen. Wellicht gaat het kwartje de komende jaren vallen en kunnen we alsnog een volwassen gesprek over de RES voeren.

Doordat windenergie op slot staat is voor zonne-energie de komende vier jaar 104 MW aan extra opwekcapaciteit nodig. De gemeente Tytsjerksteradiel beseft dat grond een schaars goed is en heeft het streven om voor 2040 op alle geschikte daken zonnepanelen te hebben. Dit lijkt ons ook een mooi streven voor onze gemeente. We willen de optie van grondopstellingen wel open houden, maar vinden dat de inzet op de daken maximaal moet zijn. Bijvoorbeeld door gemeentelijke daken beschikbaar te stellen, bedrijven te ondersteunen en parkeerplaatsen te overkappen. Wij willen graag een toezegging van de wethouder op dit punt. 

Voor grondopstellingen zien wij overigens liever een paar goed ingepaste grote zonneparken, dan vele zonneparken die ons open landschap langzaam verrommelen. Wij vinden dat daar altijd lokale energiecoöperaties bij betrokken moeten zijn er ingezet moet worden op minimaal 50% lokaal eigenaarschap. 

Daarnaast zien wij voor grondopstellingen koppelkansen met de veenweideproblematiek. In de toekomst zal in delen van het veenweidegebied landbouw niet meer mogelijk zijn. Een groot probleem daarbij is de waardedaling van de grond. De opwekking van de duurzame energie zou hiervoor een nieuwe economische drager kunnen zijn. Wij stellen daarom voor om te laten onderzoeken wat de mogelijkheden en het draagvlak zijn tot het aanleggen van goed ingepaste  zonneweides in een vernat veenweidegebied, zodat we hier twee vliegen in 1 klap kunnen slaan. Wij horen graag van de wethouder hoe hij hierover denkt. 

Overige sectoren

De inzet op de sectoren waar de gemeente geen regierol voert vinden we erg beperkt. Het voorspelde lokale effect van landelijk beleid op de CO2-reductie in de sectoren industrie, mobiliteit en landbouw en landgebruik is in totaal minder dan 24% tot en met 2030, tegenover een doelstelling van 55% CO2-reductie in 2030 over de gehele linie.  Het potentieel voor deze sectoren is veel hoger en de gemeente heeft daar ook invloed op. Bijvoorbeeld via ons mobiliteitsbeleid en via de handhaving van bedrijven. Wij zouden graag zien dat hier de komende jaren meer instrumenten voor worden ontwikkeld en dat we deze inzet ook gaan monitoren. De rekenkamer heeft ons bij de evaluatie van de vorige LEA immers ook die aanbeveling gedaan. Op dit punt overwegen wij dan ook met een motie te komen.

Energiebesparing

Wat betreft de inzet op energiebesparing in de gebouwde omgeving kunnen wij ons vinden in de gestelde ambitie. Wel willen we hierbij opmerken dat de gemeentelijke gereedschapskist en de beschikbare middelen in onze optiek nog te beperkt zijn. Willen we de lage- en middeninkomens meekrijgen in de energietransitie, dan zal er ook voor hen een wenkend perspectief moeten zijn. Velen van hen hebben geen middelen om te investeren in de woning of ze kunnen geen geld lenen. Het Rijk heeft deze taak te makkelijk neergelegd bij de gemeenten, zonder daar middelen bij te geven. Wij willen de wethouder vragen wat zijn inzet naar het Rijk de komende tijd zal zijn op dit punt.

Draagvlak

Draagvlak is essentieel om de gestelde ambitie ook daadwerkelijk te verwezenlijken. Ruim driekwart (78%) van de Friezen vindt het belangrijk om klimaatverandering tegen te gaan. Maar dat het merendeel de beleidsdoelen onderschrijft, betekent niet automatisch dat zij het ook eens zijn met de plannen om de beleidsdoelen te bereiken. Wij roepen de wethouder en ambtelijke dienst dan ook op om in het communicatieplan met een bottom-up benadering te komen en hiervoor in gesprek te gaan de bestaande energiecoöperaties in onze gemeente. Zij beschikken over relevante kennis en kunde aangaande het bereiken en betrekken van inwoners bij de energietransitie en we kunnen hun input goed gebruiken.