Ledencolumn Henk Span: corona en GroenLinks

Corona wordt door sommigen beschouwd als een wake-up call. Begin volgend jaar zijn er weer verkiezingen en ik zit met de vraag of en hoe GroenLinks kans ziet invulling te geven aan die wake-up call, er een antwoord op te geven en stel daarbij dat het verkiezingsprogramma daarbij niet eens zo belangrijk is, hoewel de vier speerpunten er hoopgevend uit zien:

  1. Menselijke zorg (einde aan marktwerking in de zorg);
  2. Eerlijk delen (einde aan het economisme);
  3. Groene economie (economie van de toekomst, innovatie en nieuwe industrie);
  4. Ontspannen samenleving (debat i.p.v. conflict, geen polarisatie en een tolerante samenleving).

Misschien is het veel belangrijker en interessanter of en hoe links kans ziet na die verkiezingsuitslag en de onderhandelingen een rol van betekenis te spelen. Zijn de voortekenen hoopgevend?

Als we terug gaan in de tijd, niet echt. Ooit beleefde links met Den Uyl een grote verkiezingsoverwinning. Toen is links door een hele bewuste coupe van VVD en CDA, tijdens een onderonsje buitenspel gezet en daarna is het nooit meer goed gekomen met links, zo heeft de PvdA meegewerkt aan het om zeep helpen van de verzorgingsstaat en leeft de SP nog in de vorige eeuw.

Vraag is: hoe groot is links nu? Rutte is zo ongeveer heilig na zijn rol tijdens de crisis, veel partijen hebben het vooral lastig met zichzelf, o.a. door hun steun voor het huidige kabinet en het populisme weet even niet hoe om te gaan met de situatie.

En laat dat laatste nu de kans zijn voor een echt nieuw links!

Een lezing van Joris Luyendijk opende mij de ogen. Het is niet zo dat de stemmers van de populisten het gevoel (of liever het besef) moeten krijgen dat ze gehoord worden, ze willen geholpen worden.

Waar het over gaat is en dat las ik in het boek van Peter Wieringa over populisten Ik brul, dus ik ben op blz. 168/169: ‘het onnodig verbinden van de gezonde vragen aan onjuiste angsten’…...’het moet worden toegeschreven aan de publieke vorming door universiteiten, de media en de politieke klasse’.

Een derde lezing, van Bart Brandsma, maakt duidelijk dat het erom gaat te zoeken naar een gesprek, niet met de extremen, maar met het midden. Wilders komt bijvoorbeeld niet veel verder dan te roeptoeteren over ‘de tsunami van moslims’, ‘Nederland moet weer van de Nederlanders worden’ en de ontkenning van de klimaatverandering. Eigenlijk zou hij (en Baudet) alleen op grond van het laatste al moeten worden aangeklaagd voor een misdaad tegen de menselijkheid.

Onder andere in de vier speerpunten van GroenLinks zitten, als we erover nadenken, de argumenten voor het gesprek. De reden dat mensen stemmen op de populisten is namelijk vaak helemaal niet dat ze het met de (spaarzame) argumenten eens zijn, maar uit angst, onzekerheid en onvrede over de politiek.

Gelukkig worden we ook geholpen door andere dingen die we kunnen lezen en ik doel dan vooral op de informatie van De Correspondent. Met name het hoogst interessante boek Fantoomgroei van Sander Heine en Hendrik Noten en het artikel The Migration Hump van Maite Vermeulen.

In dat laatste artikel wordt aangetoond dat de populisten zich baseren op volstrekt onjuiste informatie als het gaat over het nut van ontwikkelingshulp. Helaas lopen andere partijen daar achteraan uit angst om stemmen te verliezen aan die partijen.

Uiteraard moet er iets gedaan worden aan de mensonterende omstandigheden aan de grenzen van Europa, maar in aantallen valt het aantal migranten van buiten Europa in het niet bij de aantallen binnen Europa. Een trek trouwens die van alle eeuwen is en invulling kan geven aan problemen bij de vervulling van vacatures e.d.

De Correspondent kan ik overigens zeer aanbevelen. Ze doen diepgaand onderzoek en zijn ook niet bang hun eerdere fouten en veronderstellingen te herzien.

In het boek met ondertitel: Waarom we steeds harder werken voor steeds minder staat ook een aanvulling op wat GroenLinks schrijft over de economie. Het gaat over een doorgeschoten bezuinigingsbeleid, over belastingontduiking, over doorgeschoten flexibilisering, over de nieuwe slaven bij Bol, over Adam Smith, maar ook over Thatcher en Friedman (die resp. de bonden in de U.K. en de samenleving in Chili kapot hebben gemaakt).

Wat ik het meest bijzondere heb gevonden aan het boek, is de rol van premier Roosevelt. Het is haast onmogelijk je dat in de tijd van Trump voor te stellen, maar hij formuleerde toen al een beeld van de economie zonder de opbrengsten van wapenverkopen, drugs als bijvoorbeeld sigaretten, verslavende medicijnen, enz.

Helaas kwam de oorlog ertussen en wat ik lees is onthutsend. Sindsdien worden dat soort dingen wèl meegenomen in de definitie van de economie. Het bouwen van tanks, vliegtuigen en bommen waren gewoon nodig om Duitsland te verslaan.

Dat nog los van de vraag, waarom zoveel jonge mannen, die aan het begin van hun leven stonden, hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid. Dat het vaak, helaas gekleurde jongens waren, die geen andere keuze hadden. Eigenlijk heel naar je dat je realiseren. Was er toen een andere president geweest, dan was dat misschien zelfs niet eens gebeurd.

De vraag is ook nog: wat is nu eigenlijk economie? Economie zou een wetenschap zijn. Een wetenschap formuleert op basis van gevalideerd onderzoek een model, op grond waarvan er voorspellingen kunnen worden gedaan, dat met in achtneming van de randvoorwaarden geformuleerd bij het model. Keer op keer blijkt dat economie’helemaal geen wetenschap is en dat economie eigenlijk alleen kan verklaren waarom hun zogenaamde voorspelling niet is uitgekomen. Dit besef is heel confronterend, omdat politici zeggen hier wel hun beleid op te baseren.

Kortom wat is nu de boodschap voor (Groen)Links? Neem een voorbeeld aan wat de SP deed in betere tijden. Kom uit je bubbel, ga in gesprek en gooi (kleine) verschillen ter linkerzijde overboord en neem een voorbeeld aan wat rechts wat dat betreft heeft aangetoond te kunnen. Samenwerken zodat links weer beleid kan gaan maken.

De verbeelding aan de macht!

 

Henk Span