Geef lokale gemeenschap voorrang bij energietransitie

In het AD van 16 januari 2021 lezen wij dat bijna 80 procent van de grote zonneparken in Nederland in eigendom is van buitenlandse projectontwikkelaars en investeringsfondsen. Als GroenLinks-fracties in Fryslân vinden wij dit een zorgwekkende ontwikkeling en ook een gemiste kans. Daarom schreef fractievoorzitter Evert Stellingwerf deze bijdrage mede namens elf gemeenteraadsleden en Statenleden voor GroenLinks, S!N en Sociaal Links

De omslag van fossiele naar duurzame energie geeft namelijk de mogelijkheid om iets wezenlijks te veranderen aan de zeggenschap over ons energiesysteem. Waar het fossiele energiesysteem nog gebaseerd is op een centrale organisatie van grote energiemaatschappijen, zal het nieuwe, duurzame energiesysteem uitgaan van decentrale opwekking (en organisatie). Uitgangspunt van het Klimaatakkoord is dan ook dat bij grootschalige projecten 50 procent lokaal eigendom wordt nagestreefd.

De voordelen van lokaal eigenaarschap zijn bekend. Het vergroot het draagvlak in de omgeving, de lusten en de lasten van de energietransitie worden beter verdeeld en er wordt beter rekening gehouden met belangen uit de omgeving. Het rendement dat met de energieprojecten wordt gegenereerd, wordt aan lokale leefbaarheidsprojecten of duurzaamheidsprojecten besteed. Zo zijn vanuit de Doarpsmûne in Reduzum onder andere duurzame verlichting voor de sportvelden, verschillende zonnedaken en het laten rijden van een busje voor schoolkinderen betaald.

Naast Reduzum zijn er nog vele mooie initiatieven van energiecoöperaties die actief zijn onder de koepel van Us Koöperaasje. Zij lopen aan tegen landelijke energieregels die nog teveel zijn afgestemd op het fossiele energiesysteem én op de strenge provinciale regels voor windmolens en zonneparken.

Als we de lokale gemeenschap meer zeggenschap en eigenaarschap willen geven over de energie van de toekomst, dan zal er meer ruimte en ondersteuning moeten komen voor lokale initiatieven. De subsidie voor energieprojecten (SDE) kan lokale initiatieven veel meer in de kaart spelen. Daarnaast moet op provinciaal en lokaal niveau ruimte worden gegeven aan dorpswindmolens, zonneparken en andere projecten die vanuit energiecoöperaties worden opgestart.

Met het bovenstaande in het achterhoofd kijken we ook teleurgesteld terug op de discussie die recent in het Provinciehuis werd gevoerd. Onder aanvoering van Statenlid Romke de Jong werden door de ‘groene oppositie’ voorstellen gedaan om het provinciale windbeleid aan te passen. De strekking daarvan: meer ruimte en ondersteuning voor lokale energie-initiatieven. De provinciale coalitie van FNP, CDA, VVD en PvdA houdt echter krampachtig vast aan de coalitiedeal. Daarmee blijft Fryslân de komende jaren op slot voor (sociale) innovatie op energiegebied en neemt zij niet de noodzakelijke stappen naar een duurzame toekomst.

Linksom of rechtsom zullen we in de toekomst onze energie duurzaam gaan opwekken. De noodzaak daarvan is ruim aangetoond en met het Klimaatakkoord hebben we er collectief voor gekozen om stappen te zetten. In de Regionale Energiestrategie zullen we als volksvertegenwoordigers de komende tijd keuzes moeten maken over de wijze waarop we dat gaan doen en aan wie we de ruimte geven. Voor GroenLinks is het duidelijk: wij kiezen voor stappen vooruit, voor echt duurzame energie én voor initiatieven uit de samenleving. We moeten voorkomen dat de baten van ons nieuwe energiesysteem naar het buitenland verdwijnen en onze inwoners alleen blijven zitten met de lasten. De inwoners en energiecoöperaties zijn er klaar voor, nu de volksvertegenwoordigers nog.